Kletskoppen

“Twee delen suijker met een weinig water samen met een half deel botter, een deel meel, wat zout en een half lood caneel aangemengd, maar niet te langhe roeren, anders wordt de kanteling te dick en te hard”.

Dat is het traditionele recept van zogenaamde Kantelingen, de voorloper van onze kletskoppen. De verhouding tussen bloem en suiker is bewaard gebleven, maar er wordt tegenwoordig voldoende water aan toegevoegd. Het koekje moet namelijk kunnen vloeien over de bakplaat. Soms gebruiken we extra amandelen, zodat het koekje beter oogt en meer smaak krijgt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen er helemaal geen amandelen te koop waren, gebruikten bakkers in plaats daarvan havermout.

Hartige varianten
Er bestaan ook hartige varianten van kletskoppen. Deze worden voornamelijk van kaas gemaakt en in de oven hard gebakken. Hiervoor moet een oude, zeer harde kaassoort worden gebruikt die bijna niet smelt, zoals Parmezaanse kaas of overjarige Goudse kaas. De hartige kletskoppen kunnen worden gebruikt om een voor- of hoofdgerecht aantrekkelijk te decoreren.

Herkomst van de naam
Hoewel een kletskop best gezellig klinkt, heeft de herkomst van de naam minder smakelijke associaties. Een kletskop was vroeger namelijk een ziek of zeer hoofd. Het ging met name om de huidziekte Favus, die zich regelmatig bij kleine kinderen voordeed. De naam kletskop is ook een bij- en scheldnaam geweest voor inwoners van de stad Leiden. Daar noemde men de koekjes ook wel ‘zere hoofdjes’.

De kletskop in Vlaanderen
Ook in Vlaanderen is de kletskop zeer geliefd. Steden als Brugge, Antwerpen en Mechelen hebben zelfs hun eigen specialiteiten op dit gebied. Brugge kent met name de boterkletskoppen: vliesdunne, ronde koekjes gemaakt van boter, bruine kandijsuiker en amandelen.